
Daar ga ik weer, op reis. Iets wat ik het liefste doe. Na 10 maanden thuis zijn en gespaard te hebben vertrek ik weer. Dit keer start ik in Nepal. Een land waar ik naar de Mount Everest base camp wil gaan lopen onder anderen. Ik ben namelijk echt iemand die gelukkig wordt van hiken in de bergen dus na een 4 dagen in Kathmandu te zijn geweest en leuke dingen gedaan te hebben, regel ik mijn tocht naar Everest. Ik regel dit via een man die op straat mij heeft aangesproken. Ik weet zijn naam niet meer maar laten we hem even Hendrik noemen. 15 dagen hiken zeggen ze. Ik bedenk me geen seconde en kan alleen maar denken ” kom maar op ”.
Omdat ik low-budget aan het reizen ben kies ik ervoor om 2 dagen met een JEEP te rijden naar de start van deze hike. Vliegen was meer dan 400 euro dus voor mij te duur. Wat ik niet wist is dat lokale mensen ook mee konden met deze JEEP. Ik werd om in de ochtend om 05:00 opgehaald. Om 04:00 gaat mijn wekker en staat de JEEP klaar. Opgepropt op de achterbank zat ik daar tussen de lokale mensen in een JEEP over de meest slechte wege van de wereld. Slecht? ja, je moet je voorstellen dat je van links naar rechts wordt geschut, geen bewegingsruimte hebt en niet kan uitstappen voor 9 uur lang. Ik zit tegen het raam aan geperst waar ik nog geluk mee heb zodat ik lekker naar buiten kon kijken. Mijn hoofd kan ik niet laten leunen want door alle hobbels stoot ik continue tegen het raam aan. We kunnen er alleen uit tijdens de lunch en één andere keer om foto’s te maken van het uitzicht.
Ik dacht dat dit de definitie van verschrikkelijk was…. tot ik de rest van de hike voortzetten.


Dag 1
Ik kan niet slapen want morgen is dé start van mijn hike naar de Base Camp van de Mount Everest. Een droom die uitkomt!
We gaan van start!!! en de pas en energie zit er goed in. Samen met mijn sherpa loop ik op een goed maar rustig tempo. We moeten niet té snel van start gaan natuurlijk zeg ik tegen mezelf. De uitzichten worden mooier en mooier en de bergen worden hoger en hoger en met een tas van 17kg wordt de tocht zwaarder en zwaarder. De lokale mensen hier in Nepal zijn zo vriendelijk en begroeten me als ik hijgend de voor hun doodnormale straten loop. Bizar hoe mensen hier ”gewoon” leven. HOE DAN?! vraag ik me continu af. De massieve bergen maken dag 1 al ontzettend mooi.
Na een flinke rust pauze met een groot bord rijst en ei oftewel energie knallen we door richting de eindstreep en onze eerste overnachting. Ik begon deze dag ontzettend energiek maar bij aankomst ben ik meer echt meer dan gesloopt. Van vermoeidheid krijg ik tranen in mijn ogen en neem ik rust in mijn slaapzak voor het avond eten er is. We moeten het avond eten bestellen en het wordt gelijk gemaakt bij de homestay waar ik verblijf. Een pizza klinkt lekker maar tevergeefs is het echt niet te eten. Ik duik met winterjas en al mijn bed in. We hebben geen verwarming en de ramen zijn enkel glas en de deuren staan open. Met een temperatuur van -10/-15 graden Celsius is dat nogal koud kan ik je zeggen. Ik bibber toch in slaap en rond 6:30 gaat de wekker. Na een koude en een niet te beste nacht starten we dag 2 en 3.


Dag 2 en 3 verlopen erg soepel en een beetje hetzelfde als dag 1. Ik begin sterk en kom zwaar uitgeput bij het kamp aan. Maar, dat is helemaal niet erg want ik hou wel van een uitdaging. Als dit zo door gaat dan ga ik het makkelijk volhouden tot het einde. Morgen hebben we een rust dag om aan de hoogte te wennen en gaan we een kleine hike doen van 4 uurtjes en met uitzicht op Everest. Hier heb ik erg veel zin in!!


Dag 4
Dit is een rust dag. Deze dag gebruiken we om aan de hoogte te wennen en een kleine hike te doen. Ik wordt niet uitgerust wakker wat essentieel is voor deze tocht. Mijn lichaam vraagt veel van me op het moment. Toch begin ik aan de kleine hike maar wanneer de eerst traptrede véél te zwaar voelen voelt het niet goed. Ik voel me slap en alles behalve fit want normaal moet ik dit niveau van hiken gewoon aan kunnen. Mijn lichaam laat me in steek maar ik push toch door want ja, het is toch maar een kleine hike en we bereiken al redelijk snel de top. De uitzichten zijn adembenemend. (zie foto hierboven).
Ja! Ik haal het uitzichtpunt maar ik plof neer tegen een hek en moet mijn best doen om te genieten van Everest. De bergen zijn enorm goed te zien en het is zo overweldigend. Terwijl ik neer plof tik ik even een traantje weg. Dit keer niet van vermoeidheid maar van bewondering. We blijven hier ongeveer een half uurtje in het zonnetje zitten. Wanneer ik de weg naar beneden maak en ik op de helft me echt niet goed begin te voelen weet ik genoeg. Er is iets goed mis met mijn gezondheid en of conditie want ik herken mezelf zo helemaal niet. Normaal moet dit geen probleem zijn. Dit is ook het eerste moment dat hoogteziekte door mijn hoofd heen gaat. Als we bij de Homestay aankomen vertel ik mijn symptomen tegen mijn sherpa en hij zegt mij dat we gelijk even naar de apotheek gaan.
Hoogteziekte bestaat uit:
- Hoofdpijn
- Duizelig
- Zwak en misselijk
- Geen conditie
- Braken
- Slecht slapen
En dan overal de extreme variant van.
Buiten dit heb ik ook nog 2 opkomende aambeien die al zo’n pijn doen dat zitten en lopen ook erg lastig gaat. Dat is even goed kloten als je een hike van 15 dagen aan het doen bent… Met de medicatie naast mijn bed, pijn in mijn buik en hoofd loop ik strompelend naar mijn kamer en kruip ik in mijn slaapzak. Ik heb op dit moment 3 shirts, 1 trui, 1 winterjas, 2 broeken, een buff, 2 paar sokken en een muts op om warm te worden maar ik word alles behalve warm. Ik val weer rillend en bevend en met pijn in slaap. Verrassend genoeg wordt ik beter wakker dan hoe ik me gister avond voelde. De medicatie heeft geholpen en ik voel een enorme opluchting! Alsnog voel ik wel dat ik niet helemaal de oude fitte ik ben maar ik ben in ieder geval erg blij dat ik me nu zo voel, dit is een goed teken voor de rest van de hike!

Het is dag 5 en ik vervolg de tocht samen met mijn guide naar het volgende kamp.
Vandaag op de planning:
- 20 Km hike in totaal
- 1100 meter stijgen
- Heel aankomen bij het kamp en niet meer zieker worden dan dat ik ben
Ik til mijn 17 kg tas op mijn rug, doe mijn hike schoenen aan, wandelstokken paraat voor de extra steun en gaan!
Ook vandaag start ik weer goed en ben ik lekker op weg. Onderweg maak ik nog prachtige foto’s en heb ik de pas er eigenlijk erg goed inzitten. We lopen over bruggetjes en door dorpjes en ik kan er echt niet genoeg van krijgen hoe mooi dit allemaal is. De mensen moeten hier zo een ander leven hebben dan wij in Europa. Net iets over de helft begint een enorme klim. Net voor de klim begin pak ik nog wat extra rust maar lichamelijk is het heel erg zwaar. Wat water en chocola zou me al wat energie moeten geven maar naar de eerste 50 meters omhoog plof ik al neer…. ”huh? wat is dit nou” zeg ik tegen mezelf. ”Kom op je kan het, niet niet opgeven” roep ik nog eens. Wanneer dit gebeurd kijkt mijn guide achterom en vraagt of alles oke gaat. Volmondig en heel eigenwijs zeg ik dat er niks aan de hand is en herpak mezelf. Op dit punt wil ik niet toegeven hoe erg ik mezelf moet motiveren om verder te gaan.
Doordat ik zo in mezelf aan het praten ben is de hele klim eigenlijk één grote blur voor me en kon ik alleen maar denken aan het einde van deze dag. Op de top kom ik een paar Amerikanen tegen die me aanspreken en zeggen: Nice climb man, not too bad! ”Really doable” riep ik terug maar van binnen kon ik wel janken van vermoeidheid. Nadat we rust hebben gepakt moeten we nog ongeveer 3 a 4 uur doorlopen tot dat we er zijn. Deze 4 uur waren hels want na zo’n 1,5 uur zwikte ik door mijn enkel. Ik weet dat dit van de vermoeidheid komt dus ik strompel door de pijn heen. Dit kan er ook nog wel bij dacht ik…
Een half uur later tijdens deze mega klim en na dit met mijn enkel gebeurd klikte ik mijn tas los en liet ik mezelf gewoon vallen. Als een zak zout bewoog ik niet meer en zelfs de tranen van mijn wangen afvegen was te vermoeiend. Ik ben op dit moment zó op en ik moet nog zo lang. Niet alleen dat maar ik heb ook overal pijn. Ik heb op dit moment last van hoofdpijn, buikpijn, duizelig, diarree aanvallen, misselijkheid, oververmoeid en als kers op de taart heb ik nog 2 mega grote aambeien waardoor elke stap vooruit of achteruit ontzettend veel pijn doen. Owja, en om een beeld te geven bij die diarree aanvallen. Als ik voelde dat ik naar de toilet moest, moest ik zorgen dat ik binnen nu en 10 seconde ging anders dan was het te laat. Deze ene keer kreeg ik een aanval en liep ik zo snel de bosjes in dat ik mijn toiletpapier neer gooide maar helemaal het dal in rolde. Daar zit je dan…. goed, ik ben ook nog door mijn enkel gegaan die opgezwollen is… Als ik dacht dat dat alles was dan heb ik het fout want mijn guide vertelde mij dat ik nog ongeveer 1.5 uur moet tot we bij het kamp aan zouden komen.


Oke dan… ik veeg mijn tranen weg en raap mezelf wéér bij elkaar met mijn laatste beetje kracht wat ik in me heb. Tas op mijn schouders en gaan met die banaan! De laatste anderhalf uur strompel ik verder naar het camp. YES! Ik ben er!!!! Bij het kamp aangekomen vergeet ik alle pijn die ik heb in mijn lichaam en valt mijn mond open. Het hutje waar ik in slaap vannacht is omringt met de hoogste bergen ter wereld en ik kan mijn ogen niet geloven hoe mooi dit is! Wauw Wauw Wauw!!! wat een magische plek!! ook Everest spiekt er tussendoor en ik kan niet stoppen met kijken tot het donker wordt. Het licht van de maan verlicht de besneeuwde toppen en de sterren komen tevoorschijn. Nog heel even vergeet ik alles wat ik voel maar zo dra ik naar binnen loop om lekker op te warmen begin ik alles weer langzaam te voelen. Ik wordt naar mijn kamer gewezen en plof heerlijk neer in een warm bed. Hoe erg ik de pijn net niet voelde kan ik het nu niet meer weg denken. Na de enorme klim van net en lichamelijk oververmoeid te zijn heb ik zelfs geen honger. Ik probeer mijn heerlijke warme soep te eten om warm te blijven maar door alles wat er in mijn lichaam gaande is krijg ik het niet weg. Ik wil niks meer dan in bed liggen en wachten tot de pijn over is. Opnieuw lig ik dan weer met alle symptomen in bed. De buikpijn, hoofdpijn, diarree aanvallen, misselijkheid, twee aambeien en duizeligheid zijn nog steeds aanwezig dus ik neem mijn medicatie opnieuw en pak mijn rust in bed. Opgeven is ondertussen al een paar keer door mijn hoofd gegaan maar het daadwerkelijk doen is voor mij écht een no-go!

Dorpje op deze foto heet: Namche, Nepal
Wanneer ik voor het in slaap vallen uit het niets een bloedneus krijg moet ik mijn sherpa wakker maken. Het bed, kussen, handen en vloer liggen onder her bloed.. (in de volgende foto ga je een bloedneus zien)


Mijn sherpa ruimt alles op en maakt het schoon en omdat ik opgestaan ben krijg ik weer een diarree aanval en zit ik voor het komende uur weer op de toilet met ook enorme buikpijn. Ik ga weer terug naar mijn bed en hoop echt op het beste voor de volgende ochtend. Ik val in slaap maar tevergeefs wordt ik wéér wakker met een bloedneus. Deze keer nog veel heftiger dan de vorige en het stroomt er echt uit. Het is op dit moment 02:15 in de nacht en maak mijn sherpa opnieuw wakker. Ik ben zelfs te zwak om alles op te ruimen.
Nadat ik een hele nacht niet heb kunnen slapen van alle pijn en kou (-15) weet ik het zeker… het is beter als ik zeg dat ik stop. Hoe graag ik ook niet wil dat dit de waarheid is moet ik er toch aan toegeven. Ik ben op dit moment niet alleen lichamelijk maar ook mentaal verder dan uitgeput. Hoe opgeven voor mij geen optie was, wilde ik nu niets liever dan gered worden en slapen in een 5 sterren hotel en me goed voelen. Daarom besloot ik dus tegen mijn sherpa te zeggen dat hij de helikopter kon bellen zodat hij mij op kon halen. Ongeveer 10 minuten later komt hij mij vertellen dat de helikopters niet vliegen en de enige manier om gered te worden is met een paard… Ik geloof mijn oren niet en roep verbaasd ”EEN PAARD? ”
Hij verlaat mijn kamer en ik zie het eerlijk gezegd erg somber in. ” Hoe dan ” denk ik bij mezelf. Ik kan niet meer verder lopen, langer blijven tot ik beter ben is geen optie en terug lopen al helemaal niet met alle pijn die ik heb. Ik begin met het inpakken van mij spullen om 06:30 zodat we daarna kunnen vertrekken. Het gaat allemaal erg langzaam. Hoe veel ik ook niks heb gedaan of gerust heb maakt niet meer uit. Ik moet en zal zo snel mogelijk terug moeten. Al wat het kost. Weer 15 minuten later hop ik op het paard en gaat de tocht naar beneden van start. Een soort van opluchting gaat er toch wel door me heen omdat ik diep van binnen weet dat ik nu een goede keus heb gemaakt. Ik geef nog 1 blik achterom naar Everest. Ook heb ik er alles uitgehaald wat er in zit maar ik moet nu echt voor mijn eigen veiligheid kiezen. Er zijn al meerdere mensen overleden door de hoogte en ik wil er niet een persoon aan toevoegen als het even kan. Ook al zitten we hier maar op 3200 meter. Ik vind het moeilijk om toe te geven maar het is de beste keus. Het is me deze keer gewoon niet gelukt maar ik kom nog wel een keer terug. ” Een laatste push vandaag en dan ben ik veilig ” denk ik bij mezelf.
Veilig? yep, Hoogeziekte is namelijk dodelijk en dat is ook één van de redenen waarom ik blij ben om terug te gaan. Ik heb namelijk het gevoel als ik hier langer blijf of door push dat ik niet levend beneden kom. Kijk ik nu dan de dood in de ogen aan? vraag ik me af.

Eenmaal op het paard doet vooral mijn buik erg zeer maar als het zo blijft kan ik het de komende uren wel volhouden. Vooral de vlakke stukken gaan goed en ik bungel eigenlijk wel lekker heen en weer in het begin. Als we na de eerste 1.5 uur de vlakke stukken gehad hebben nemen we even pauze en voel ik me redelijk oke. Hierdoor bedenk ik me ook nog eens of ik wel een goede keus heb gemaakt. Stel ik me niet aan?
De route wordt vervolgd en mijn sherpa die tot nu toe altijd voor mij klaar heeft gestaan draagt óók nog eens mijn tas. Ook zijn eigen tas heeft hij op zijn rug en ik kan me alleen maar beschaamd voelen over het feit dat ik het niet heb gehaald en hij nog eens mijn tas moet dragen. Ik zie ook aan hem dat hij het zwaar heeft want mijn tas is niet bepaald ligt. De uitzichten maken me eigenlijk eventjes niet zoveel meer uit want de mensen die ik de dagen hiervoor heb ingehaald kom ik nu weer tegen. Wat zullen ze wel niet van me denken? Ben ik lui en gebruik ik een paard om lekker makkelijk terug te komen? ben ik ziek geworden? wat een dierenbeul? oh moet je hem zien!. Die gedachtes maken me alleen maar moe dus ik probeer er niet teveel over na te denken maar ik zou liegen als ik zou zeggen dat het niet door mijn hoofd spookt. Ik heb nog nooit paard gereden dus ik moet echt even wennen aan de bewegingen die ik maak en de manier waarop ik op en neer ga maar het gaat niet verkeerd. Ik kom aan bij de afdaling die op de heenweg de steile klim was waar ik mijn enkel verzwikte. Ik kon mij niet goed meer herinneren hoe lang dit duurden maar op het paard moet het minder lang duren…. toch? Met mijn benen hou ik mijzelf tegen en leun ik een beetje achterover. Het paard gaat van links naar rechts en is echt zoekend naar voor hem de meest makkelijke manier om te lopen. Logisch natuurlijk maar het platte gedeelde ging makkelijker dan de eerste 10 meter naar beneden. Ik bungel meer heen en weer en moet mijn buik en beenspieren veel meer gebruiken nu. Hoe sterk een paard ook is heb ik niet echt het idee alsof hij mij kan houden gek genoeg. Hij blijft maar versnellen tot dat er een klein gedeelte komt dat minder stijl is en dan houdt hij zichzelf weer tegen. Ik vraag me af hoe de rest van de tocht zal verlopen als dit echt is hoe het blijft gaan.
Ik probeer te zoeken naar afleiding en positiviteit. Ik wil helemaal niet in deze negatieve spiraal zitten maar ik kom er gewoon even niet uit. Ik denk aan de leuke dingen die ik deed met mijn vrienden voor ik vertrok maar dat laat me hun weer missen. Ik denk aan thuis maar dat geeft me heimwee. Hmmm wat dan? denk ik bij mezelf. Ik kan manifesteren over hoe ik de komende tijd voor me zie wanneer ik hier weg ben. Naar welk land ik wil en wat ik allemaal wil gaan doen! Dat lijkt me een goed plan. Ik blijf dus verder gaan in deze gedachtegang. Ik ben binnenkort ook jarig dus wat wil ik voor mijn verjaardag doen? Wanneer de steile klim naar beneden gedaan is hebben we weer een vals plat stuk wat prima te doen is. Al moet ik zeggen dat paardrijden met 2 grote aambeien geen pretje is… Het doet écht enorm veel pijn kan ik je zeggen. Van links naar rechts, voor en achter op en neer bewegen maakt het niet makkelijk om normaal op een paard te zitten. Ik kan niet anders, We moeten door. Ik wil zo snel mogelijk beneden zijn! de komende paar uren gaan best wel steady tot aan ongeveer 1400 uur in de middag. We hebben een steile daling met een trap erbij en mijn paard kan mij niet meer houden. Hij gaat sneller en sneller en ik trek uit onwetendheid aan zijn teugels alleen dat heeft geen zin. de trap is zo steil en met mij er op kan hij het niet houden. We botsen erg hard tegen een enorme rots aan die voor ons staat. Hier hebben we geluk mee want als die rots er niet stond dan liepen we zo de afgrond in. Mijn knie zat tussen het paard en de rots in en doet dus vanaf nu ook erg veel zeer en is goed beurs. Dat maakt het staan in de beugels naar een tijdje erg lastig. Ik bedenk me geen seconde en zie dat deze trap nog wel eventjes duurt. Ik stap van het paard af en strompel langzaam naar beneden. Stap voor stap en heel rustig. Van al dat heen en weer bewegen zijn de aambeien die ik heb open gegaan en enorm gaan bloeden. Ze doen nu echt bizar veel pijn en ik moet kleine stapjes maken om verder te gaan. De pijn is moeilijk te verdragen.
We moeten eerst nog een brug over maar zo dra ik de brug over ben weet ik van de pijn niet meer hoe ik mezelf moet gedragen. Alles doet pijn. Lopen, zitten. Zelfs gewoon staan doet enorm veel zeer. Ik probeer dit ook aan mijn sherpa te zeggen maar zijn Engels is zo gebrekkig dat hij niet snapt wat ik bedoel waardoor ik het gevoel heb ik er alleen voor sta. Hij doet wat hij moet doen maar een babbeltje maken zit er niet in.

Ik hendel het allemaal even niet meer en van gekkigheid ga ik op de grond liggen en barst ik in huilen uit en schreeuw ” Ik heb zoveel pijn ” !!!. buiten de pijn was ik nog steeds duizelig, misselijk en had ik enorme buikpijn. Gelukkig was mijn hoofdpijn gezakt. Dat is tenminste iets.

Na 15 minuten pauze ben ik weer bijgekomen en vervolgen we de route weer. Na zo’n 4 a 5 uur op een paard te hebben gezeten en zo’n 11 uur in totaal omhoog en omlaag te hebben gereden wordt het donker in de bergen. Het word kouder en ik ben onwetend over hoe lang het nog zou gaan duren tot dat we in Lukla aan zouden komen. Dit is tenslotte de plek van waar ik weer terug naar Kathmandu kan vliegen. Ik heb ondertussen mijn oortjes in mijn oren gedaan en muziek op gezet zodat ik wat afleiding heb. Op dat moment hoor ik een galopperend geluid en zie ik in de verte dat er een zwart groot paard op hol geslagen is en recht mijn kant op komt. Ik kan maar één ding hopen en dat is dat hij niet deze kant op komt. We lopen tenslotte op een pad was niet gemaakt is voor 2 mensen.. laat staan paarden. Als ik hier vanaf val dan val ik de afgrond in en is het gedaan met me. Ik ga nooit meer de energie hebben om omhoog te klimmen en tevens is de afgrond ook zo diep dat als ik daar in val ik het niet eens overleef. Tevergeefs komt het paard wel mijn kant op en hij komt dichterbij en dichterbij…. Tot dat… Hij hier is. Hij komt volle vaart op mijn paard af en mijn paard begint te steigeren. Al wat ik kan hou ik mijn lichaam naar voren, ga ik in de beugels staan in hoe verre ik kan en hou ik met 1 hand de teugels vast en mijn andere arm sla ik om de nek van mijn paard. Ondanks mijn paard kleiner is weet het zwarte paard een andere route te vinden om langs mijn paard heen te sjezen. Pfff wat een geluk heb ik hier. Mijn sherpa was ver achter mijn paard gaan staan want hij loopt de hele route al achter mij. Mentaal ben ik hier al zo ver dat het me niet eens had uitgemaakt als ik van het paard af zou vallen. Ik wil gewoon uit deze uitzichtloze pijn en dag.
Het is ongeveer 1900 uur in de avond en ik vraag hoe lang we nog moeten. We hebben onze hoofdlampen op gezet en we lopen in een eindeloos donker pad wat een beetje omhoog loopt. Ik heb het zó, maar dan ook zó koud. De temperatuur is ongeveer -10 tot -15 graden en ik zit maar op een paard zonder al teveel beweging. Mijn handen en voeten krijg ik redelijk warm door ze te bewegen maar voor de rest maakt het volgens mij niet uit hoe veel kleding ik draag. Mijn sherpa wilt even rusten wat ik volledig begrijp. Hij draagt al 10 uur iets van 32 kilo op zijn rug op een hele onhandige manier. We drinken een Colaatje in een hutje waarvan hij de mensen kent. In een hoekje gekropen zit ik en ik krijg ook nog een theetje erbij wat me echt even een geluksmomentje geeft. Deze warmte heb ik al voor dagen niet meer gevoeld en is echt ontzettend fijn! ik houdt dit kleine geluksmoment zo lang mogelijk vast want ik ben in een eindeloze dag terecht gekomen. Voor mijn gevoel is het al voor 10 uur lang donker want mijn tijdsbesef is ook volledig weg. Ik vraag dus hoe lang het nog duurt tot dat we in Lukla aankomen. Mijn sherpa zegt nog 2 uur en het aftellen is dus begonnen. Ik loop alvast naar buiten want mijn sherpa maakt zich klaar om weer verder te gaan. Opeens zie ik een lokale man en denk dat dat goed nieuws is omdat ik al lang geen mensen meer heb gezien. Mijn idee hierbij was, als je mensen tegenkomt betekend dat je dichtbij een dorpje bent… Als het goed is dan. Ik vraag aan hem hoe lang het nog duurt naar Lukla en hij zegt nog 4 uur. Huh maar mijn sherpa zei net 2… Nu weet ik het dus niet en opnieuw is het onwetend en heb ik geen idee hoe lang dit nog gaat duren. Een uur later probeer ik het opnieuw. Ik vraag opnieuw hoe lang het duurt en nu zegt hij 2 tot 3 uur… Mijn geduld is écht op nu en ik wordt een beetje gefrustreerd. Voor zo lang hou ik me mentaal bij elkaar maar nu is het gewoon klaar. Ik wil er gewoon zijn. Ik besef me zo goed dat ik gewoon niet ga weten hoe lang het nog duurt. Vanochtend zei mij sherpa dat het zo’n 9 tot 10 uur zou duren voordat we terug zouden zijn. Nu is het al 12 uur verder en we weten nog steeds niet wanneer we er zijn blijkbaar. Ik accepteer de onwetendheid en zet mijn muziek en noise-canceling aan op mijn oortjes. Ik sluit mijn ogen en bungel koud en rillend en met heel veel pijn op en neer op het paard en ik laat het allemaal gebeuren. Ik denk aan mijn warme theetje die ik net had gekregen in de hoop dat die gedachten mij een beetje warm maakt. Het duurt in totaal nog ongeveer 1.5 uur voordat we er zijn en eindelijk komen we aan in het dorpje Lukla. Het is nu 11 uur s’avonds en ik voel mijn tenen en handen nu ook niet meer. Mijn sherpa vertelde dat er een warme douch in mijn kamer aanwezig zou zijn maar als ik de douch aan zet en 5 minuten wacht dan is ook dat niet waar. Ik reageer er nog niet eens op, zet de douch uit en ga weer met al mijn kleren in mijn slaapzak liggen. Ik weet dat je het warmer zou moeten als je minder kleren aan hebt alleen ik krijg mezelf niet zo ver om alles uit te trekken. Ik slaap in mijn eentje in een homestay met niemand om mij heen. Ik laat het tandenpoetsen voor wat het is en kruip in bed.

Blaffende straathonden en nog meer geluiden houden me in het begin nog wakker maar zo ontzettend moe dat ik ben boeit het me allemaal helemaal niks meer. Ik val in slaap en midden in de nacht wordt ik wakker door een diarree aanval die erg lang duurt. Ik heb al de heel dag norit genomen maar ook dat helpt gewoon niet. Mijn maag is echt helemaal overstuur en mijn lichaam heeft de energie niet om dit beter te maken. Ik val hierna weer terug in slaap en kan eindelijk terug vliegen. Ik neem afscheid van mijn sherpa die er echt voor mij is geweest en geef hem fooi. Wat een fantastische man. Ondanks zijn gebrekkige Engels en het niet correct zeggen van de tijd terwijl ik dat wel nodig had. Hij is wel bij mij gebleven en wilde echt het beste voor me. Ik vlieg terug naar Kathmandu vanuit Lukla en de uitzichten zijn echt prachtig. Dit is mijn eerst moment dat ik opgelucht ben in dagen. Nu heb ik pas het idee dat het een beetje beter gaat, ondanks alle pijn die ik gewoon nog steeds heb. Maar er gebeurd weer even iets positiefs en dat is dat ik terug ga. Ik kijk met bewondering uit het raampje van het enorm kleine vliegtuig die zojuist is opgestegen vanaf het meest gevaarlijke vliegveld van de wereld. Zo is dit vliegveld genoemd. Dit komt omdat de landingsbaan en startbaan zo dusdanig kort zijn. Gelukkig zitten we veilig in de lucht en doen de bergen wonderen met de energie die ik op dat moment heb. Ik kan weer een beetje lachen eigenlijk omdat de uitzichten zó mooi zijn. Een vlucht over de Himalaya is echt zo ontzettend mooi. De hoogste bergen ter wereld staan hier en ik werp mijn laatste blik nog een keer op Mount Everest met de gedachten dat ik dit ooit nog een keer af wil maken. Ik kom ooit nog terug.

Eenmaal aangekomen op Kathmandu Airport word ik opgehaald door de baas van het bedrijf waar ik deze tocht bij had geboekt. We gaan samen eventjes naar het ziekenhuis om een kleine check up te doen. Ik vind dat wat overdreven want dit is toch gewoon een kwestie van rust pakken en beter worden? Maar nee. Want als ik dacht dat ik het gehad had dan was dat alles behalve waar. Ik krijg een check up in het ziekenhuis en er is maar 1 dokter die goed Engels kan. Gelukkig kan hij mij helpen maar hij vermeld er wel gelijk bij dat hij er niet elke dag is. Ik moet bloed prikken, ik vertel mijn klachten en ze doen wat testen met mijn lichaam om te zien hoe ik reageer. Terwijl ik aan het wachten ben doet de dokter het onderzoek over mijn lichaam en het zojuist geprikte bloed. Ongeveer 10 minuten later mag ik naar mijn eigen kamer in het ziekenhuis. Ze hebben nog niet gezegd hoe lang ik hier moet blijven maar ik verwacht dat ik eind van de middag of de volgende ochtend wel weer wordt ontslagen. Het bed is ontzettend hard en het geluid van buiten is erg hard en als ik mijn bed wil verzetten moet dat handmatig aan de buitenkant van het voeteneind van het bed. Het is dus een feit dat ik vaak uit bed moet om het bed te verzetten omdat het bed zo hard ligt. Laat dat even erg onhandig zijn met de pijn die ik nog steeds heb van mijn aambeien. Daar over gesproken… De dokter komt binnen en hij wil graag even kijken naar de plek waar ik zoveel pijn heb tussen mijn billen. Je kan je voorstellen dat als dit je wordt gevraagd je jezelf echt kapot schaamt. Toch verander ik mijn mindset even en bedenk bij mezelf dat zij hier zijn om mij beter te maken en ik deze mensen hierna toch nooit meer ga zien. Met die gedachten doe ik mijn broek omlaag en laat ik zien waar hij naar vroeg. Ik vind dit zo ongemakkelijk en ik wordt voor mijn gevoel helemaal rood. Ach ja. Het moet maar zeg ik tegen mezelf. Niet kijkend naar de dokter loopt hij mijn kamer uit en zeg ik doei tegen hem… Zal hij merken dat ik het ongemakkelijk vind? haha… Hoe ik erg ik het nu aan het weg lachen ben kan ik mezelf eigenlijk alleen maar kan uitlachen want even serieus… kijk nou waar ik ben. Aan de andere kan van de wereld, helemaal alleen zonder enige mensen om mij heen in een ziekenhuis in Nepal, aan het infuus.

Hendrik, mijn lokale mattie die ik in het begin van dit verhaal aan sprak op straat en mij deze tocht verkocht komt onverwacht binnen met heel veel fruit. Ik heb nu heerlijke mandarijnen en bananen die mij goed zullen doen aan de vitamines. Voor de rest ben ik maar een beetje rond aan het kijken en na aan het denken over hoe ik me voel en wat er allemaal is gebeurd de afgelopen dagen. Het wachten duurt lang en aan het einde van de dag krijg ik pas uitslag over hoe mijn lichaam is. Buiten alle medicatie die ik heb voor de verschillende pijnen die nog steeds aanwezig zijn is mijn lichaam ook ver uitgedroogd en zijn mijn bloedwaardes niet goed. Maar goed, ik heb de uitslagen nu dus mijn eerst volgende vraag is of ik dan naar huis mag als zij mij vertellen wat ik moet doen om de pijn weg te halen. Ik voel me hier niet echt bepaald fijn namelijk.
Na het avond eten komt de dokter terug en verteld mij de informatie waar ik lang op had gewacht. Ik mag….. helaas niet naar huis. De komende tijd moet ik nog hier blijven en ze kunnen niet zeggen hoe lang dat dan is. Ze zeggen dat ze willen dat ik echt goed moet herstellen voor ik ontslagen kan worden. De teleurstelling is aanwezig en ik ben benieuwd hoe ik vanavond zal gaan slapen. Op dit moment is het avond en het bed ligt alles behalve lekker. Ik ga om de om de 5 tot 10 minuten verliggen omdat het bed zo hard als beton is en ik nog steeds pijn heb in mijn hele lichaam. Ook het infuus zit nog steeds aan mijn hand dus verliggen is ook niet echt het meest makkelijke. Mijn bed wil ik ook om de zoveel minuten veranderen maar daarvoor moet ik uit bed en doet lopen weer ontzettend veel pijn. Buiten een beetje scrollen op mijn telefoon heb ik geen afleiding want iedereen die ik ken in Nederland slaapt. Ik vraag me af hoe lang ik hier nog moet blijven en een paar minuten later val ik toch in slaap.
Ik word wakker met een stijve rug, nek en branderige ogen van vermoeidheid. Wat wel goed nieuws is, is dat mijn hoofdpijn, buikpijn en misselijkheid bijna volledig weg zijn dus daar ben ik erg blij mee. Mijn billen en aambeien doen nog steeds zo ontzettend veel zeer en elke beweging die ik maak is zo pijnlijk. Ik zucht en zeg tegen mezelf ”Wanneer gaat dit over?!” Een paar minuten later komt de dokter binnen en verteld dat ik in een badje moet gaan zitten. Dit zou helpen met de pijn en ik zou daarna weer goed moeten kunnen bewegen. In dat badje doen ze een vloeistof die zou helpen de pijn te verzachten waarna ik alles in moet smeren. Nadat ik in het badje ben gaan zitten krijg ik mijn ontbijt en ik verbaas me over het eten wat ze hier hebben. Dat is zo lekker! Hier heb ik weer even een geluksmomentje want ik hou van lekker eten. En dat nog wel in een ziekenhuis. Tussen al deze shitzooi in kan ik toch nog even een geniet momentje vinden en word ik blij van het ontbijt en het zonnetje wat door het raam naar binnen schijnt. Ik kan eventjes vergeten waarvoor ik hier ben en bel met het thuisfront over hoe het met me gaat.

Een paar uur later merk ik dat de medicatie via het infuus weer helpt en mijn lichaam hard aan het werk is om zichzelf beter te maken. Buiten dat ik ontzettend vermoeid ben voel ik me wel écht een heel stuk beter. Ondanks ik mezelf een heel stuk beter voel raad de dokter aan nóg 1 nachtje te blijven. Als ik zeg dat ik dat echt niet zie zitten is het eigenlijk geen keus en wil hij mij nog een dagje hebben zodat hij zeker weet dat ik beter ben. Ik heb vanochtend mijn ontlasting en urine in moeten leveren en daar aan te zien was het nog niet helemaal goed met mijn lichaam. ”Als het zo door gaat mag je morgen naar huis, beloofd” En met die teleurstellende woorden geeft hij mij toch een beetje hoop voor morgen. De dagen gaan erg langzaam hier maar de baas van het bedrijf en mijn grote vriend Hendrik van het begin van het verhaal komen weer langs en praten een beetje met me. Ook hier heb ik toch wel leuke gesprekken mee en bespreken we mijn plannen voor als ik uit het ziekenhuis ben. De nacht is aangebroken en voor ik ga slapen pak ik nog één badje tegen de pijn. Mijn pijn is overduidelijk minder na mijn eerste badje dus ik hoop dat het morgen ook een heel stuk minder is.
Een gebroken nacht en met wéér een pijnlijk en stijf lichaam wordt ik wakker. Maar…. Als ik het goed voel is mijn pijn bijna helemaal weg!! Daar ben ik ontzettend blij mee! Deze dag is hetzelfde als mijn dag hiervoor. Ik krijg ontbijt, de dokter komt langs, mijn Nepalese matties ook en de dokter verteld mij tijdens dat mijn lokale vrienden hier zijn dat ik straks wordt ontslagen. Zo opgelucht als ik ben boek ik gelijk een 5 sterren hotel voor de komende 4 nachten. Wat heb ik hier een zin in! Een 2 uur later kan ik mijn spullen pakken en krijg ik een uitleg over wanneer ik alle medicatie moet nemen. Ik bedank de doctoren en met een grote glimlach loop ik de zon in richting mijn hotel die ik geboekt heb. Mijn grote vriend (baas van het bedrijf waar ik deze tocht bij heb geboekt) loopt helemaal mee tot aan mijn kamer deur om mijn tas te dragen. Ik check in en open de deur van mijn hotel kamer en zie daar een enorm groot kingsize bed met een TV en de badkamer zo groot als de slaapkamer zelf. Op het dakterras in een zwembad met prachtig uitzicht over de stad Kathmandu. Zo dra mijn lokale mattie weg is plof ik neer met een sprong in het enorme bed en lach hardop. ”What the f*ck is er allemaal gebeurd” roep ik hardop en tegelijkertijd krijg ik tranen in mijn ogen. Ik neem een kijkje op het dakterras en blijf hier even heerlijk genieten van de zonsondergang. Ik ga douchen, Neem mijn medicatie, smeer mijn billen in want geloof me als ik zeg dat die pijn niet zomaar weg is. Hierna ga heerlijk in bed liggen en kom hier voorlopig niet meer uit. Hierna val ik heerlijk in slaap.
Ik ging gister om 21:00 uur slapen en om 11:00 in de ochtend wordt ik wakker. Ik bestel mijn ontbijt via Uber en laat het bezorgen. Ik kom alleen uit bed om de deur open te maken en verder blijf ik er tot laat in de middag in liggen. Ik heb dit zo verdiend zeg ik tegen mezelf en bestel voor het avond eten heerlijke Sushi. Ook die eet ik zeer en zeker in bed op. Ik ben weer gelukkig en veilig en het aller belangrijkste, beter.

Foto: Rooftop van mijn sterrenhotel na het ziekenhuisbezoek.
Het verhaal uit mijn dagboek stopt hier. Als je het tot hier hebt gelezen wil ik zeggen dankjewel dat je geïnteresseerd bent in mijn avontuur. Het was niet makkelijk maar oh wat heb ik hier veel van geleerd. Ik heb onder anderen geleerd hoe ver je mentaal en fysiek als mens kan gaan en ik heb grenzen leren te verleggen waar ik dacht niet meer verder te kunnen. Ik ga het gevoel wat ik hierbij had nooit helemaal kunnen omschrijven helaas. Misschien is dat ook wat het zo bijzonder maakt voor mij. Ik weet wel dat ik ooit terug ga om het af te maken waar ik gebleven was. Hoe, Wat of wanneer? Geen idee. Ik heb het gered. Wat een avontuur
Hier onder zal je nog een andere foto’s vinden die ik tijdens of na de toch heb gemaakt.

Ik tijdens de hike op dag 1 met één van de werkpaarden

Het uitzicht vanuit mijn kamer op de bergen op de laatste dag. (dit was zooo mooi)

Je ziet het misschien niet aan me maar hier was ik het meest ziek tijdens de hike.
(daarom dat ik mijn gezicht bedek)

De overheerlijke soep die ik niet weg kreeg.

Toen alles nog goed ging op dag 2 en 3 (little did i know)

De ochtend dat ik besloot om terug te gaan